AC REGLEMENT

  1. Algemene definities
  2. Doelstelling en taken AC
  3. Voorschriften voor het organiseren van een AC-evenement
  4. Bepalingen omtrent het inschrijven en toelaten van Retrievers op een AC-evenement
  5. Bepalingen omtrent de organisatie en het verloop van een AC-evenement
  6. Certificaatdagen – algemeen
  7. Certificaatdagen – eisen per certificaat
  8. Certificaatdagen – de proeven en hun beoordeling
  9. Diskwalificatie
  10. Klachten en geschillen
  11. Slotbepalingen

1 ALGEMENE DEFINITIES

NLV  
Nederlandse Labrador Vereniging

F.C.I.  
Federation Cynologique Internationale

AC  
Activiteiten Commissie. Een door het bestuur van de NLV ingestelde commissie met als doelstelling het stimuleren van een goede band tussen baas en hond.

Retriever  
Een hond behorende tot een ras dat door de F.C.I. is ingedeeld bij de Retrievers in rasgroep 8.

AC-evenement 
Een evenement georganiseerd door de AC of een door de AC aangewezen persoon of personen. Zo kunnen er zijn: certificaatdagen, triatlon, ringtrainingen e.d.

Proef  
Elk der afzonderlijke opdrachten tijdens een certificaatdag.

Certificaatdag 
Tijdens een certificaatdag kan men de certificaten L, M en Z behalen.
Deze certificaten bevatten een aantal proeven gericht op gehoorzaamheidsappèl, behendigheid en apporteren.

Keurmeester
Degene die door de AC bevoegd is bevonden een proef af te nemen, te beoordelen en met een cijfer te waarderen.

Medewerker 
Zij die door de AC aangezocht zijn te helpen bij een AC-evenement, anders dan het keuren van een proef.

2 DOELSTELLING EN TAKEN AC

Art. 2.1
De AC richt zich op Labrador bezitters, die met hun hond actief willen zijn, maar zich niet tot de jacht aangetrokken voelen.

Art. 2.2
Doelstelling van deze commissie is een goede band tussen baas en hond te stimuleren.

Art. 2.3
De AC doet dit door:

  • NLV-leden informatie te verstrekken betreffende trainingsmogelijkheden (m.u.v. de jachttrainingen)
  • Het organiseren van certificaatdagen
  • Het organiseren van wandelingen
  • Het organiseren van ringtrainingen
  • Het organiseren van behendigheidsdagen
  • Het organiseren van speurdagen
  • Het organiseren van een KindLabradorShow tijdens de Grote en Regionale Clubmatch

3 VOORSCHIFTEN VOOR HET ORGANISEREN VAN EEN AC-EVENEMENT

Art. 3.1
Voor het organiseren van een AC-evenement heeft men toestemming van de NLV nodig, die deze bevoegdheid aan de AC gedelegeerd heeft.

Art. 3.2
AC-evenementen staan onder toezicht van de AC die dit toezicht doet uitoefenen door een afgevaardigde.

Art. 3.3
Personen of instanties die een AC-evenement willen organiseren dienen vroegtijdig contact op te nemen met het secretariaat van de AC voor wat betreft datum, aantal deelnemers, plaats en soort AC-evenement.

Art. 3.4
De organiserende personen dienen zich te houden aan de algemene richtlijnen van de AC v.w.b. budget, reclame, prijzen, geschenken aan keurmeesters en medewerkers etc.

Art. 3.5
De organiserende partij dient zich te houden aan de reglementen vastgesteld door de AC omtrent de organisatie en het verloop van het evenement.

Art. 3.6
De organiserende partij draagt er zorg voor dat de afgevaardigde van de AC uiterlijk op de derde dag voorafgaand aan de dag van het AC-evenement in het bezit is van het volledige programma.

Art. 3.7
Uiterlijk twee weken na afloop van het AC-evenement dient door de organiserende partij, indien van toepassing, de volledige uitslag naar het secretariaat van de AC te worden gezonden.
Tevens dient uiterlijk twee weken na afloop van een AC-evenement een volledig ingevulde en van alle rekeningen voorziene eindafrekening aan de penningmeester van de AC te worden gestuurd.

4.BEPALINGEN OMTRENT HET INSCHRIJVEN EN TOELATEN VAN RETRIEVERS OP EEN AC-EVENEMENT

Art. 4.1
Door deelname aan een AC-evenement onderwerpt de deelnemer zich aan de bepalingen van dit reglement en mag hij geacht worden bekend te zijn met de bepalingen van dit reglement.

Art. 4.2
Inschrijving op de door de AC georganiseerde evenementen staat open voor alle retrieverrassen, met dien verstande dat NLV-leden met Labrador retrievers altijd voorrang hebben, gevolgd door NLV-leden met andere retrieverrassen boven niet leden.

Art. 4.3
Inschrijving kan plaats vinden via inschrijfformulieren zoals gepubliceerd op de NLV- website. Deze kunnen ook opgevraagd worden bij het AC-secretariaat.  Inschrijvingen dienen voor de sluitingsdatum bij de AC ontvangen te zijn. Iedere deelnemer ontvangt een bevestiging van deelname, tenzij in de LP anders is vermeld.
Het inschrijfgeld, sluitingsdatum e.d. staan vermeld in de LP. Inschrijvingen worden pas in behandeling genomen na ontvangst van de machtiging voor het inschrijfgeld. Inschrijfgeld wordt alleen gerestitueerd wegens overschrijding van het maximum aantal deelnemers.

Art. 4.4
De AC is bevoegd een maximaal aantal deelnemers vast te stellen. De AC is bevoegd bij een, naar haar oordeel, te gering aantal deelnemers het evenement af te gelasten.

Art. 4.5
Per evenement wordt bekend gemaakt wat de minimum en evt. maximum leeftijd is voor de deelnemende honden.
Loopse en zichtbaar dragende honden zijn van deelname uitgesloten.
Agressieve honden worden gediskwalificeerd of uitgesloten voor het betreffende evenement.
Door of namens de AC kunnen deelnemers, die zich op enigerlei wijze misdragen van verdere deelname uitgesloten worden. Het gebruik van prikkettingen is niet toegestaan.

Art. 4.6
Door in te schrijven op een AC-evenement gaat de deelnemer akkoord met publicatie van de inschrijving in de catalogus van het evenement én publicatie van de uitslagen hiervan in de Labrador Post en op de website van de Nederlandse Labrador Vereniging.

5.BEPALINGEN OMTRENT DE ORGANISATIE EN HET VERLOOP VAN EEN AC-EVENEMENT

Art. 5.1
De AC is eindverantwoordelijk voor het georganiseerde AC-evenement.

Art. 5.2
Bij certificaatdagen dienen de deelnemende honden voor aanvang van de proeven door een dierenarts gekeurd te worden.
Voor overige AC-evenementen zal per evenement door de AC vastgesteld worden of deelnemende honden gekeurd dienen te worden door een dierenarts.
De dierenarts bepaalt samen met de AC of deelname is toegestaan.

Art. 5.3
Tijdens de AC-evenementen dienen de honden, behoudens de momenten dat zij zelf een proef afleggen of op door de organisatie bepaalde momenten, aangelijnd te zijn. De leiding tijdens het evenement is gerechtigd bij overtreding van deze regel deelnemers voor verdere deelname uit te sluiten.

Art. 5.4
De door de leiding gegeven aanwijzingen / richtlijnen dienen te worden opgevolgd.

Art. 5.5
Deelnemers doen geheel voor eigen risico mee aan een AC-evenement. Deelnemers kunnen de NLV, AC of evt. andere door de AC aangewezen personen niet aansprakelijk stellen voor enig ongerief of nadeel, inbegrepen ongevallen, als direct gevolg van een AC-evenement, tenzij de schade het gevolg is van grove schuld of ernstige nalatigheid.

6.CERTIFICAATDAGEN – ALGEMEEN

Art. 6.1
Een door de AC georganiseerde certificaatdag omvat zowel gehoorzaamheids-, behendigheids- als apporteerproeven.

Art. 6.2
Honden die op de dag van een certificaatdag de leeftijd van 9 (negen) maanden nog niet bereikt hebben zijn van deelname uitgesloten. Voor het Z-certificaat geldt een minimumleeftijd van 18 maanden.

Art. 6.3
Honden dienen in het bezit te zijn van een NHSB-stamboom of gelijkwaardige erkende buitenlandse stamboom.

Art. 6.4
De AC mag beslissen om, indien vereist om een vlot verloop van de dag mogelijk te maken, meerdere opdrachten te verwerken tot een totale opdracht voor zover dit mogelijk is.
Bij het L- en/of M-certificaat beoordeelt één keurmeester de te vervullen proeven, bij het Z-certificaat zal de beoordeling door twee keurmeesters geschieden.

Art. 6.5
De opdrachten m.b.t. apporteren worden alleen met oranje of groene canvas dummy’s met een gewicht van 500 gr. uitgevoerd. Zij dienen aan een kant voorzien te zijn van een koordje en dwarshout, teneinde het werpen van de dummy’s te vergemakkelijken. De dummy’s mogen niet bekleed zijn met vellen of gekleurde lappen.

Art. 6.6
Een hond die, bij welk certificaat ook, dummy’s vernielt, begraaft of verstopt komt niet in aanmerking voor een certificaat. Bij alle certificaten mag de hond niet schotschuw zijn.

Art. 6.7
Om het L- of M-certificaat te behalen moet men voor de proeven die verplicht zijn tenminste een 6 behalen. Van het totaal aantal niet verplichte proeven mag men 1 onvoldoende behalen. Bij het Z-certificaat moet de hond voor alle proeven tenminste een 6 behalen.

Art. 6.8a
Voorwaarde voor het afleggen van de proeven voor het M-certificaat is dat de hond de proeven voor het L-certificaat op een eerdere certificaatdag met goed gevolg heeft afgelegd.

Art. 6.8b
Voorwaarde voor het afleggen van de proeven voor het M-certificaat is dat de hond de proeven voor het L-certificaat op een eerdere certificaatdag met goed gevolg heeft afgelegd.

Voor een certificaatdag kan slechts voor één van de drie certificaten worden ingeschreven.

Art. 6.9
Per certificaat zal de AC voor de 3 combinaties met het hoogste aantal behaalde punten die dag, een prijs beschikbaar stellen. Bij een gelijk aantal punten bij de L- of M-proeven wint de jongste hond. Bij het gelijk eindigen van de Z-proeven, geeft de snelste tijd bij de Z4- proef de doorslag.

Art. 6.10
Diegenen die de sleepsporen voor de certificaatdag mee verzorgen zijn op die dagen van deelname uitgesloten met hun honden voor het Z-certificaat.

Art. 6.11
Als keurmeesters op certificaatdagen kunnen erkende keurmeesters van o.a. Cynophilia jachthondenproeven en/of veldwedstrijden worden uitgenodigd. De AC is eveneens gerechtigd anderen uit te nodigen die zij daartoe geschikt acht op grond van hun kennis van zaken en/of kwalitieten.

Art. 6.12
Keurmeesters die op een onderdeel als zodanig optreden mogen geen eigen hond(en) voorbrengen of laten voorbrengen.

Art. 6.13
Het gebruik van een gentle-leader en/of  “buiklijn” is niet toegestaan.

Art. 6.14
Het is niet toegestaan om per geleider meerdere honden in te schrijven voor verschillende Certificaten. Het is toegestaan om per geleider twee honden voor hetzelfde certificaat in te schrijven, maar dan moet er een extra geleider bij aanwezig zijn. Deze extra geleider mag ingeschreven staan voor hetzelfde certificaat, maar niet voor een ander certificaat.

Art. 6.15
Indien een combinatie (geleider met hond) twee maal bij een bepaald Certificaat (L,M of Z) geëindigd is bij de beste drie, komt deze combinatie niet meer in aanmerking voor de prijzen in deze klasse. Deze combinatie kan voor dit Certificaat  inschrijven en een Certificaat behalen in deze klasse, maar men doet buiten mededinging mee.  Dit zal ook in de catalogus vermeld worden. 

Art. 6.16
Uitgesloten van deelname zijn:

- Honden, die gedurende het laatst verlopen tijdvak van 12 weken,voorafgaande aan het evenement, in omstandigheden hebben verkeerd, waardoor het gevaar van besmetting met hondeziekte of enige andere ziekte van besmettelijke aard in het bijzonder, te vrezen valt.         - Teven, die op de dag van het evenement in een toestand van loopsheid verkeren, mogen niet meedoen aan de L- M proeven.

- Zichtbaar dragende teven.

 

7.CERTIFICAATDAGEN – EISEN PER CERTIFICAAT

Art 7.1
Het certificaat  L heeft een zodanig niveau dat het door een combinatie van baas en hond, die de opleiding Elementaire gehoorzaamheid en/of de opleiding K.N.J.V. C-diploma heeft doorlopen, behaald kan worden.

Proef L.1  verplicht*   Het volgen aan de lijn   
Proef L.2  verplicht*   Het voorkomen van de hond  
Proef L.3                   Aan de voet komen uit voorzit  
Proef L.4  verplicht*   Afliggen met de geleider in zicht  
Proef L.5                   Staan en betasten en tonen gebit
Proef L.6                   Het uitvoeren van de “wave”
Proef L.7                   Apport te land
Proef L.8                   Apport uit diep water

Art. 7.2
Het certificaat M heeft een zodanig niveau dat het door een combinatie van baas en hond, die een opleiding voor het diploma Gedrag en Gehoorzaamheid I of de cursus K.N.J.V. B-diploma heeft doorlopen, behaald kan worden.

Proef M.1  verplicht*   Onaangelijnd volgen   
Proef M.2  verplicht*   Afliggen met de geleider uit zicht  
Proef M.3  verplicht*   Zit en blijf
Proef M.4                   Twee hoogte sprongen en een breedte sprong. 
                                  Alternatief voor deze proef voor honden die om medische redenen 
                                  niet mogen springen: het tweemaal onaangelijnd uitvoeren van de 'wave'.
Proef M.5  verplicht*   Uitsturen en voorkomen  
Proef M.6                   Terugsturen naar de plaats (niet verplicht meer)  
Proef M.7  verplicht*   Volgen naast de fiets
Proef M.8  verplicht*   Apport over diep water   
Proef M.9  verplicht*   Verloren apport te land   

Art. 7.3
Het certificaat Z heeft een zodanig niveau dat het door een combinatie van baas en hond, die een opleiding voor het diploma Gedrag en Gehoorzaamheid II of de cursus K.N.J.V. A-diploma of andere vergelijkbare diploma’s doorlopen hebben, behaald kan worden. Men dient op een eerdere certificaatdag van de AC reeds het certificaat M behaald te hebben.

 

Proef Z.1  verplicht*   Apport van 5 dummy’s uit een afgeschermde ruimte
Proef Z.2  verplicht*   Sturen van de hond naar 3 zichtbare pionnen
Proef Z.3  verplicht*   Onaangelijnd volgen over een parcours met hindernissen
Proef Z.4  verplicht*   Behendigheidsparcours
Proef Z.5  verplicht*   Sleepspoor

* Verplicht betekent dat er voor deze proef minimaal een voldoende behaald moet worden. Bij de niet verplichte proeven mag er maximaal één onvoldoende behaald worden om het Certificaat te behalen.

8.CERTIFICAATDAGEN – DE PROEVEN EN HUN BEOORDELING

Art. 8.1
Als er gesproken wordt over een “model apport” wordt het volgende bedoeld.
Model apport is een apport dat zodanig wordt uitgevoerd dat de hond:
• De dummy goed draagt en niet onnodig verpakt;
• De dummy, nadat hij het gevonden heeft, onmiddellijk en zonder aarzelen oppakt;
• In vlot tempo, zonder onderbreking in welke vorm dan ook, naar zijn geleider komt;
• Zonder aanmoedigingen, commando’s, aanwijzingen, dus uit zichzelf, recht voor de geleider gaat zitten;
• Zijn geleider de dummy met opgeheven kop aanbiedt;
• De dummy eerst loslaat na daartoe het commando te hebben gekregen;
• Op commando de dummy onmiddellijk loslaat en niet nahapt;
• In voorkomend geval zich niet uitschudt voordat hij de dummy ter hand heeft gesteld.

Art. 8.2 PROEVEN L CERTIFICAAT

Proef L.1 - Aangelijnd volgen (verplicht)

Opdracht:
De hond moet zijn geleider over een traject van ongeveer 40 meter aangelijnd volgen. Dit traject zal zodanig in het terrein worden uitgezet, dat de geleider tenminste één bocht met zijn hond aan de binnenkant en tenminste één bocht met zijn hond aan de buitenkant moet maken.
De hond start vanuit zit.

Beoordeling
Algemeen:
Commando’s mogen slechts gegeven worden bij de start van de proef (“volg”), bij het halt houden (“zit”).
Extra commando’s; 1 punt aftrek per commando.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die, aangelijnd, zijn geleider niet
herhaaldelijk hindert door achterblijven, trekken, voor de voeten lopen of snuffelen en er in totaal niet meer dan 4 punten aftrek zijn.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond die aangelijnd, attent is, zijn schouder voortdurend ter hoogte van de knie van zijn geleider houdt en nagenoeg geen aandacht van hem vergt, en wanneer de geleider geen extra commando’s hoeft te geven. Voor een volmaakte uitvoering is het niet noodzakelijk dat de hond gaat zitten als de geleider stilstaat.

Proef L.2 – Het voorkomen van de hond (verplicht)

Opdracht:
De hond moet op commando bij de geleider voorkomen in de zithouding binnen handbereik van de geleider, vanaf de afstand van 30 meter waar hij was achtergelaten zonder halsband of lijn

Beoordeling
Algemeen:
• De hond mag zittend, staand of liggend de plaats houden, maar als de hond van houding of plaats verandert: 1 punt aftrek
• Als de hond draalt, te ver of schuin voor de geleider gaat zitten; 1 punt aftrek
• Indien de hond aan de voet komt zonder dat daarvoor het commando gegeven is; 2 punten aftrek.
• Als de geleider zich verplaatst tijdens de oefening; 1 punt aftrek.
• Extra commando’s; 1 punt aftrek per commando.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die binnen redelijke tijd bij zijn geleider voorkomt  en er in totaal niet meer dan 4 punten aftrek zijn.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd als de hond rustig de plaats houdt, vlot voorkomt en recht voor en binnen handbereik van de geleider gaat zitten en de geleider geen extra commando’s hoeft te geven.

Proef L.3 – Het aan de voet komen uit voorzit

Opdracht:
De hond moet zonder halsband of lijn vanuit voorzit na het commando “aan de voet”  achter de geleider langs naast de geleider gaan zitten.

Beoordeling
• Extra commando’s: 1 punt aftrek per commando
• De hond draalt of zit niet op de juiste plaats; 1 punt aftrek.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd als de hond, na niet meer dan 3 bevelen en binnen redelijke tijd aan de voet komt en er in totaal niet meer dan 4 punten aftrek zijn.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd als de hond na het commando “aan de voet” snel en correct op korte afstand naast de geleider gaat zitten  en de geleider geen extra commando’s hoeft te geven

Proef L.4 – Het afliggen, met de geleider in zicht op een afstand van 10 m. (verplicht)

Opdracht:
De hond moet op commando gaan liggen, zonder halsband of lijn en zonder dat enig voorwerp bij de hond is achtergelaten de hem aangewezen plaats houden. Na het commando loopt de geleider weg over een afstand van 10 meter. De hond moet voor de duur van 2 min. blijven liggen (de tijd gaat in als de geleider op 10 meter staat), waarna de geleider op teken van de keurmeester naar de hond loopt en deze aanlijnt.


Beoordeling
Algemeen:
• Extra commando’s ; 1 punt aftrek per commando.
• Als de hond blijft liggen, maar zich verplaatst binnen 1 meter; 1 punt aftrek
• Hinderlijk janken, blaffen of onrust tonen; 2 punten aftrek.
• Gaat de hond staan of zitten, maar hij blijft wel op zijn plaats (binnen 1 meter); 2 punten aftrek.
• Komt de hond omhoog (staan of zit) als de geleider terug loopt; 2 punten aftrek.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd als de hond na het commando “af” gaat liggen en blijft liggen, er niet meer dan 4 punten aftrek gegeven zijn voor extra commando’s  of andere onvolkomenheden.


Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd als de hond na het commando vlot en correct gaat liggen en na het commando voor de duur van 2 min. rustig blijft liggen totdat de geleider de hond aangelijnd heeft. Voor een volmaakte uitvoering is het niet noodzakelijk dat de hond gaat zitten bij het aanlijnen.

Proef L.5 – Staan en betasten en tonen gebit

Opdracht:
De geleider toont door het optillen van de lippen van de hond het volledige gebit. De hond mag bij het tonen van het gebit aangelijnd zijn, zitten of staan. Na het commando “staan” moet de hond zodanig blijven staan dat hij betast kan worden door de keurmeester.

Beoordeling
Algemeen:
• De keurmeester mag geen oogcontact met de hond hebben.
• Staan tegen de geleider; 1 punt aftrek
• Kop vasthouden tijdens betasten niet toegestaan.
• Onrust bij tonen gebit; 2 punten aftrek
• Onrust bij betasten; 2 punten aftrek

Voldoende;
De geleider toont het gebit van de hond en na het commando “staan” kan de keurmeester hem betasten. Er mogen niet meer dan 4 punten aftrek gegeven zijn voor onvolkomenheden.

Volmaakt;
De geleider toont, zonder enige tegenwerking van de hond, het gebit en na het commando “staan” blijft de hond rustig staan en laat zich in alle rust betasten door de keurmeester.

Proef L.6 - Uitvoeren van de wave

Opdracht;
De hond moet de wave (= slalom door paaltjes) uitvoeren langs 10 paaltjes die met een onderlinge afstand van 60 cm. zijn geplaatst. De hond mag bij het uitvoeren van de wave aangelijnd zijn.

Beoordeling
Algemeen:
• Armbewegingen en commando’s geven is toegestaan
• Overslaan van paaltjes bij de wave; 1 punt aftrek per gemist paaltje
• Door de geleider aanraken van de hond of paaltjes: 1 punt aftrek per keer
• Aangelijnd uitvoeren; 1 punt aftrek
• Strakke lijn; 2 punten aftrek

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd als de hond niet meer dan 2 paaltjes mist en er totaal niet meer dan 4 punten aftrek zijn gegeven voor andere onvolkomenheden.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd als de hond vlot en opgewekt onaangelijnd door de paaltjes heen zigzagt.

Proef L.7 – Apport te land

Opdracht:
De hond moet, zonder halsband of lijn, een, in overzichtelijk terrein, weggeworpen dummy apporteren. De geleider mag tijdens de uitvoering van de proef de hem aangewezen plaats niet verlaten. De hond moet de dummy binnen handbereik van de geleider brengen.
De werper dient de dummy, zichtbaar voor de hond, van zich af te werpen, doch op een zodanige plaats dat de dummy op ongeveer 25 meter van de hond terecht komt. De valplaats dient zodanig te worden gekozen dat de hond vanaf de positie bij de geleider de dummy kan zien liggen. Tijdens het werpen moet de werper een geluid “prrrrrrrt” maken. De hond mag in opdracht van de keurmeester, nadat de dummy gevallen is worden uitgestuurd om te apporteren.

Beoordeling
Algemeen:
• De hond die onhoudbaar inspringt of aangelijnd voorgebracht wordt; 2 punten aftrek
De hond die bij het inspringen binnen 5 meter vanaf de plaats van de geleider wordt gestopt is niet onhoudbaar ingesprongen, 1 punt aftrek.
• Leggen van de dummy voor de voeten van de geleider of staand afgeven; 1 punt aftrek.
• Onnodig “verpakken”; 1 punt aftrek per keer.
• Geleider verlaat de hem aangegeven plaats; 1 punt aftrek per keer

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die de dummy oppakt en naar zijn geleider brengt, en er in totaal niet meer dan 4 punten aftrek zijn.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die rustig en onaangelijnd naast zijn geleider zit, het commando tot apporteren afwacht, snel naar de dummy gaat en een “model apport” uitvoert (zie art. 8.1).

Proef L.8 – Apport uit diep water

Opdracht:
De hond moet zonder halsband of lijn, een in overzichtelijk diep water geworpen dummy apporteren. De dummy moet op een zodanige plaats in het water worden geworpen, dat de hond om de dummy te bereiken, moet zwemmen.
De valplaats dient zodanig te worden gekozen, dat de hond, vanaf de positie van zijn geleider, de dummy kan zien liggen. Tijdens het werpen moet de werper een geluid “prrrrrrrt” maken. De hond mag in opdracht van de keurmeester, nadat de dummy gevallen is, worden uitgestuurd om te apporteren. De geleider mag tijdens de uitvoering van de proef de hem aanwezen plaats niet verlaten.

Beoordeling
Algemeen:
• De hond, die onhoudbaar inspringt of aangelijnd voorgebracht wordt; 2 punten aftrek.
• De hond, die bij het inspringen voor de waterkant wordt gestopt is niet onhoudbaar ingesprongen, 1 punt aftrek.
• Leggen van de dummy voor de voeten van de geleider of staand afgeven; 1 punt aftrek.
• Onnodig “verpakken”; 1 punt aftrek per keer.
• Een geleider mag de hond maximaal 3 maal de opdracht geven om te water te gaan. Hij mag de hond als deze zonder dummy uit het water terugkeert nog éénmaal inzetten.
• Uitschudden voordat de hond de dummy heeft afgegeven aan zijn geleider; 1 punt aftrek.
• Geleider verlaat de hem aangewezen plaats; 1 punt aftrek per keer 
            

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die de dummy oppakt en naar zijn geleider brengt en er in totaal niet meer dan 4  punten aftrek zijn.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die rustig en onaangelijnd naast zijn geleider zit, het commando tot apporteren afwacht, daarna onmiddellijk te water gaat, snel naar de dummy zwemt en een “model apport” uitvoert.

Art. 8.3 Proeven M-certificaat

Proef M.1 – Onaangelijnd volgen (verplicht)

Opdracht:
De hond moet zijn geleider over een traject van ongeveer 40 meter onaangelijnd volgen. Dit traject zal zodanig in het terrein worden uitgezet, dat de geleider ten minste één bocht met zijn hond aan de binnenkant en tenminste één bocht met zijn hond aan de buitenkant moet maken. De geleider maakt de lijn los en hangt deze om zijn hals en/of schouder. De hond start vanuit zit.

Beoordeling
Algemeen:
• Commando’s mogen slechts gegeven worden bij de start van de proef (“volg”), bij het halt houden (“zit”).
• Extra commando’s; 1 punt aftrek per commando.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die, onaangelijnd, zijn geleider niet herhaaldelijk hindert door achter te blijven, voor de voeten lopen of snuffelen en er in totaal niet meer dan vier punten aftrek zijn.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond die onaangelijnd, attent is, zijn schouder voortdurend ter hoogte van de knie van zijn geleider houdt en nagenoeg geen aandacht van hem vergt en terwijl de geleider geen extra commando’s hoeft te geven. Voor een volmaakte uitvoering is het niet noodzakelijk dat de hond gaat zitten als de geleider stilstaat.

Proef M.2 – Het afliggen, met de geleider uit zicht (verplicht)

Opdracht:
De hond moet zonder halsband of lijn op commando gaan liggen, zonder dat er enig voorwerp bij de hond is achtergelaten, de hem aangewezen plaats houden. Na het commando loopt de geleider weg (uit zicht). De hond moet voor de duur van 2 minuten blijven liggen (tijd gaat in als de geleider uit zicht is), waarna de geleider op teken van de keurmeester naar de hond loopt en deze aanlijnt.

Beoordeling
Algemeen:
• Extra commando’s: 1 punt aftrek per commando.
• Als de hond blijft liggen, maar zich verplaatst binnen 1 meter; 1 punt aftrek.
• Hinderlijk janken, blaffen of onrust tonen; 2 punten aftrek.
• Gaat de hond staan of zitten, maar hij blijft wel op zijn plaats (binnen 1 meter); 2 punten aftrek.
• Komt de hond omhoog (staan of zit) als de geleider terugloopt naar de hond; 2 punten aftrek.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd als de hond na het commando “af” gaat liggen en blijft liggen, er niet meer dan 4 punten aftrek gegeven zijn voor extra commando’s of andere onvolkomenheden.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd als de hond op het commando vlot en correct gaat liggen en voor de duur van 2 minuten rustig blijft liggen totdat de geleider de hond aangelijnd heeft. Voor een volmaakte uitvoering is het niet noodzakelijk dat de hond gaat zitten bij het aanlijnen.

Proef M.3 – Zit en blijf (verplicht)

Opdracht:
De hond moet na het commando gaan zitten zonder halsband of lijn en na het commando loopt de geleider weg (50 meter, in zicht). De hond moet voor de duur van 1 minuut blijven zitten (tijd gaat in wanneer geleider op 50 meter afstand is), waarna de geleider op teken van de keurmeester terugloopt en de hond aanlijnt.

Beoordeling
Algemeen:
• Extra commando’s; 1 punt aftrek per commando.
• Hinderlijk janken, blaffen of onrust tonen; 2 punten aftrek.
• Gaat de hond staan of liggen, maar hij blijft wel op zijn plaats (binnen 1 meter); 2 punten aftrek.
• Komt de hond omhoog (staan) als de geleider terugloopt naar de hond; 2 punten aftrek.

Voldoende:
Als de hond na het commando “zit” gaat zitten en blijft zitten voor de duur van 1 minuut en er niet meer dan 4 punten aftrek gegeven zijn voor extra commando’s of andere onvolkomenheden.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd als de hond direct na het commando “zit” vlot gaat zitten en voor de duur van 1 minuut rustig blijft zitten totdat de geleider aanlijnt.

Proef M.4 – Hoogte- en breedtesprong en/of wave

Opdracht:
De hond moet zonder halsband of lijn 2 hoogtesprongen maken over obstakels van resp. 40 en 50 cm en een breedtesprong van 125 cm. De afstand tussen de hoogte- en breedtesprongen bedraagt 5 meter.
Alternatief:
Als de hond jonger is dan 14 maanden of op medische gronden niet mag springen, mag ook onaangelijnd tweemaal de wave gedaan worden. Slalom langs 10 paaltjes die met een onderlinge afstand van 60 cm geplaatst zijn.

Beoordeling
Algemeen:
• Armbewegingen en commando’s zijn toegestaan
• Aanraken van toestel of hond door de geleider; 1 punt aftrek
• Lat van de sprong gevallen of omvallen (deel) toestel; 1 punt aftrek per keer
• Weigering bij een van de hindernissen; 2 punten aftrek
• Overslaan van paaltjes bij de wave; 1 punt aftrek per gemist paaltje

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd als de hond tenminste 2 sprongen heeft gemaakt en er niet meer dan 4 punten aftrek zijn gegeven voor andere onvolkomenheden.
De wave is voldoende uitgevoerd als de hond niet meer dan 2 paaltjes mist en er totaal niet meer dan 4 punten aftrek zijn gegeven voor andere onvolkomenheden.

Volmaakt
De proef is volmaakt afgelegd als de hond de sprongen vlot uitvoert zonder daarbij (delen van) het toestel om te gooien.
De wave is volmaakt uitgevoerd als de hond vlot en opgewekt door de paaltjes heen zigzagt.

Proef M.5 – Uitsturen en voorkomen (verplicht)

Opdracht:
De hond moet zonder halsband of lijn, over een afstand van circa 30 meter worden uitgestuurd. Als de keurmeester aangegeven heeft dat voldoende afstand is bereikt moet de geleider onmiddellijk het commando geven waarop de hond voorkomt.

Beoordeling
Algemeen:
• 1 stap / pas en/of armbeweging is toegestaan.
• Stukje meelopen; 2 punten aftrek.
• 5 commando’s zijn toegestaan bij het vooruit sturen, extra commando’s; 2 punten aftrek.
• Zie voor beoordeling voorkomen proef L.2

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die, binnen 1 minuut, nadat met de proef is gestart, naar het oordeel van de keurmeester, voldoende afstand heeft genomen en vervolgens, na niet meer dan 3 commando’s, binnen redelijke tijd bij zijn geleider komt, zodat deze hem ter plaatse kan aanlijnen en er totaal niet meer dan 4 punten aftrek zijn.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die onmiddellijk en snel voldoende afstand neemt en vervolgens, na 1 bevel, onmiddellijk en zeer snel correct voorkomt.

Proef M.6 – Terugsturen naar de plaats (niet verplicht meer)

Opdracht:
De hond wordt afgelegd (zie proef L.4) zonder halsband of lijn op een door de keurmeester aan te wijzen plaats die duidelijk herkenbaar wordt gemaakt met de riem van de hond (andere voorwerpen zijn niet toegestaan). De geleider verwijdert zich tot op een afstand van ca. 10 meter. Op aanwijzing van de keurmeester wordt de hond voor geroepen (zie proef L.2). Na het voorkomen wordt de hond aan de voet gezet (zie proef L.3). Daarna wordt de hond teruggestuurd naar de plaats. De hond moet op maximaal 1 meter afstand van de riem gaan liggen. Na een teken van de keurmeester loopt de geleider terug en lijnt de hond aan.

Beoordeling
Algemeen:
• Deze proef bestaat uit meerdere onderdelen:
• Af en blijf, zie proef L.4  
• Voorkomen, zie proef L.2:
• Aan de voet komen, zie proef L.3
• Het zwaartepunt bij de beoordeling ligt bij het terugsturen naar de plaats. De overige onderdelen moeten ruim voldoende zijn uitgevoerd.
• Bij het terugsturen naar de plaats is 1 korte armbeweging toegestaan.
• Extra commando’s; 1 punt aftrek per commando.         
Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd als de hond de onderdelen af en blijf, voorkomen en aan de voet ruim voldoende zijn uitgevoerd en er bij het terugsturen naar de plaats niet meer dan 4 punten aftrek zijn gegeven voor extra commando’s of andere onvolkomenheden.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd als de hond de onderdelen af en blijf, voorkomen en aan de voet volmaakt zijn uitgevoerd en de hond onmiddellijk via de kortste weg naar zijn plaats gaat en binnen 1 meter van de riem gaat liggen.

Proef M.7 – Volgen naast de fiets (verplicht)

Opdracht:
De hond moet aangelijnd in draf rechts naast de fiets een afstand van ca. 250 meter afleggen.

Beoordeling
Algemeen:
• Iedere correctie (ook met de stem); 1 punt aftrek.
• Trekken; 4 punten aftrek.
• Galop; 2 punten aftrek.
• Blaffen en hinderlijk zijn; onvoldoende.
• Voor het gebruik van een springer kan om medische redenen een aanvraag ingediend worden bij de AC. Deze zal per geval bepalen of dit wordt toegestaan.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd als de hond aan de rechterzijde van de fiets blijft zonder daarbij veelvuldig gecorrigeerd te moeten worden en er niet meer dan 4 punten aftrek zijn gegeven voor andere onvolkomenheden.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd als de hond rustig in draf aan de rechterzijde van de fiets loopt zonder dat de geleider verder aandacht aan hem hoeft te besteden.

Proef M.8 – Apport over diep water (verplicht)

Opdracht:
De hond moet, zonder halsband of lijn, een aan de overzijde van een breed, diep water weggeworpen dummy apporteren. De dummy wordt zichtbaar gegooid, maar hoeft niet  zichtbaar vanaf de startplaats te liggen. Tijdens het werpen van de dummy wordt een schot gelost. Het water dient minimaal 10 meter en maximaal 40 meter breed te zijn en zo diep dat de hond, om de overkant te bereiken, moet zwemmen. De geleider mag tijdens de proef de hem aangewezen plaats niet verlaten.

Beoordeling
Algemeen:
• De nadruk van deze proef ligt op de wil van de hond om van de overkant van het water de dummy te apporteren; de plaats waar de dummy wordt opgeworpen moet zodanig gekozen zijn, dat een hond met voldoende initiatief deze zonder problemen kan vinden.
• Het geven van 2 extra aanwijzingen is toegestaan, extra aanwijzingen;1 punt aftrek per keer
• Als de hond zonder dummy bij de geleider terugkomt mag hij- mits daardoor de max. tijdsduur voor deze oefening van 5 minuten niet wordt overschreden – nogmaals worden ingezet; 2 punten aftrek.
• De hond die onhoudbaar inspringt of aangelijnd wordt voorgebracht; 2 punten aftrek.
De hond die bij het inspringen voor de waterkant wordt gestopt is niet onhoudbaar ingesprongen, 1 punt aftrek.
• Leggen van de dummy voor de voeten van de geleider of staand afgeven; 1 punt aftrek.
• Onnodig “verpakken”; 1 punt aftrek per keer.
• Een geleider mag de hond maximaal 3 maal de opdracht geven om te water te gaan.
• Uitschudden voordat de hond de dummy heeft afgegeven aan zijn geleider; 2 punten aftrek.
• Het terugkomen om het water heen nadat de dummy is gevonden is toegestaan.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die binnen 5 minuten, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, de dummy apporteert en er in totaal niet meer dan 4 punten aftrek zijn.

Volmaakt :
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die na 1 bevel onmiddellijk te water gaat, in rechte lijn snel over het water zwemt, aan de overkant, na al dan niet door zijn geleider te zijn gestopt en na ten hoogste 1 commando of aanwijzing geanimeerd, zelfstandig, snel en systematisch gaat zoeken, snel vindt, niet zonder dummy aan de waterkant terugkeert, en een “model apport” uitvoert.

Proef M.9 – Verloren apport te land (verplicht)

Opdracht:
De hond moet, zonder halsband of lijn, een in dichte dekking geworpen dummy apporteren. De werper dient vanaf een plaats, waar de hond hem niet kan zien, de dummy te werpen, op een zodanige plaats dat deze is gelegen op ongeveer 40 meter van de plaats waar de hond zich bevindt.
De valplaats moet zodanig worden gekozen, dat geleider en hond elkaar niet kunnen zien als de hond in de omgeving van de dummy werkt.

Beoordeling
Algemeen:
• Bij de beoordeling zal de nadruk liggen op de zelfstandige en systematisch zoekwijze, op het doorzettingsvermogen van de hond.
• De hond die zonder dummy uit de dekking komt mag maximaal nog tweemaal worden ingezet; 2 punten aftrek per keer.
• Leggen van de dummy voor de voeten van de geleider of staand afgegeven; 1 punt aftrek.
• Onnodig “verpakken”; 1 punt aftrek per keer.
• Extra commando’s; 1 punt aftrek per commando.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die, binnen 5 minuten, de dummy apporteert, ongeacht of hij verpakt, of hij zittend of staand afgeeft en er niet meer dan 4 punten aftrek gegeven zijn voor extra commando’s of andere onvolkomenheden.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die na het commando tot apporteren onmiddellijk geanimeerd, zelfstandig, snel en systematisch gaat zoeken, niet zonder dummy uit de dekking terugkeert, de dummy snel vindt en een “model apport” uitvoert

Art. 8.4 Proeven Z-certificaat

Proef Z.1 – Apport van 5 dummy’s uit een afgeschermde ruimte (verplicht)

Opdracht:
De hond moet 5 bij aanvang van de proef zichtbaar gegooide dummy’s uit een afgeschermde ruimte op een afstand van 30 meter apporteren. Om de dummy’s te bereiken moet de hond een hoogtesprong uitvoeren van 30 cm. De geleider mag de hem aangewezen plaats niet verlaten.

Beoordeling
Algemeen:
• Extra commando’s; 1 punt aftrek per commando.
• Het raken van de hindernis; 1 punt aftrek.
• Zie voor beoordelen apporteren Proef L.7

Voldoende
De proef is voldoende afgelegd als de hond de 5 dummy’s heeft opgehaald en bij de geleider heeft gebracht en daarbij tevens de hoogtesprong heeft uitgevoerd en er niet meer dan 
4 punten aftrek voor extra commando’s of andere onvolkomenheden zijn gegeven.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd als de hond de 5 dummy’s volmaakt apporteert (zie Proef L.7) en de hoogtesprong vlot uitvoert zonder daarbij de hindernis te raken.


Proef Z.2 – Het sturen van de hond naar 3 zichtbare pionnen (verplicht)

Opdracht:
De hond moet naar een drietal duidelijk zichtbare pionnen gestuurd worden over een afstand van 50 m. De afstand tussen de pionnen onderling bedraagt 25 m. De hond sturen naar de 1e pion, de hond moet daar op commando gaan zitten. Daarna de hond naar de 2e (middelste) pion sturen, de hond moet daar op commando gaan zitten. Bij de laatste (3e) pion ligt een (ongezien neergelegde) dummy die moet worden geapporteerd. Per certificaatdag wordt bepaald of de dummy bij de linker of rechter pion wordt neergelegd. Wel gedurende één certificaatdag , zodat de omstandigheden voor elke hond die dag dezelfde zijn.

Beoordeling
Algemeen:
• De proef dient binnen 5 minuten volbracht te zijn.
• Maximaal 3 extra commando’s zijn toegestaan. Extra commando’s; 1 punt aftrek per commando.
• Plassen tijdens de proef; 1 punt aftrek
• Zie voor beoordelen apporteren Proef L.7

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die naar de desbetreffende pion gaat. Bij de eerste 2 pionnen gaat zitten en bij de derde pion de dummy apporteert en er in totaal niet meer dan 4 punten aftrek zijn gegeven.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die zonder, dan wel met max. 3 extra commando’s, in een rechte lijn naar de desbetreffende  pion gaat en bij de eerste 2 pionnen gaat zitten en bij de derde pion een ‘model apport’ uitvoert.

Proef Z.3 – Onaangelijnd volgen over een parcours met hindernissen (verplicht)

Opdracht:
De hond met over een parcours van circa 200 meter onaangelijnd volgen. In dit parcours zijn hoogteverschillen en/of andere obstakels (indien voorradig natuurlijke obstakels, anders kunstmatige) opgenomen. Tijdens het volgen moeten 3 dummy’s die worden opgegooid met schot worden genegeerd.

Beoordeling
Algemeen:
Extra commando; 1 punt aftrek.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die de  aanwezige dummy’s, en het schot negeert en naast de geleider volgt en terwijl de geleider niet meer dan 2 extra commando’s heeft gegeven.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond die de op het parcours aanwezige dummy’s en het schot negeert en naast de geleider vlot en attent volgt met de schouder steeds ter hoogte van de knie van de geleider en die nagenoeg geen aandacht van deze vergt.

Proef Z.4 – Behendigheidsparcours (verplicht)

Opdracht:
De hond moet een hindernisparcours lopen welke bestaat uit hoogte- en breedtesprongen, de wave, de tunnel, de slurf, de tafel en de band. Het parcours moet in ca. 2 minuten zijn afgewerkt, in de volgorde zoals de nummering aangeeft. In overleg kunnen indien er medische indicatie voor is, vervangende onderdelen worden aangewezen voor de sprongen.

Beoordeling
Algemeen:
• Aanraken van toestel of de hond door geleider; 1 punt aftrek per keer
• Afgevallen lat bij hoogtesprong of omgooien (deel) toestel; 1 punt aftrek per keer
• Weigering; 1 punt aftrek per keer
• Overslaan van paaltjes bij de wave; 1 punt aftrek per paaltje
• Snuffelen tijdens het afleggen van de proef; 1 punt aftrek.
• Plassen tijdens het afleggen van de proef; 1 punt aftrek.
• Toestel overslaan of verkeerde volgorde aanhouden; een onvoldoende
• Extra commando’s zijn toegestaan

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die binnen 2 minuten alle hindernissen in de juiste volgorde neemt en er in totaal niet meer dan 4 punten aftrek zijn gegeven voor fouten of andere onvolkomenheden.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond die binnen 2 minuten alle hindernissen in de juiste volgorde correct, vlot en opgewekt neemt.

Proef Z.5 – Sleepspoor uitwerken (verplicht)

Opdracht:
De hond moet een spoor van minimaal 100 meter lengte uitwerken en een aan het eind van het spoor gelegen dummy met de geur van het spoor naar zijn geleider brengen.
Het spoor bevat minmaal 2 haakse bochten en ligt (indien mogelijk) langs greppels / sloten.

Beoordeling
Algemeen:
• De geleider mag, als de hond eenmaal van start is gegaan, geen extra commando’s gegeven.
• De geleider mag de hond maximaal 2 keer op de sleep zetten.
• Als de hond duidelijk een omweg maakt; 2 punten aftrek.
• Elk extra commando; 2 punten aftrek.
• Zie voor beoordelen apporteren Proef L.7
• Verpakken of uitschudden; 1 punt aftrek per keer
• Staand afgeven of voor de voeten van de geleider leggen; 1 punt aftrek

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd als de hond het sleepspoor volgt, binnen 5 minuten de dummy apporteert en er in totaal niet meer dan 4 punten aftrek gegeven zijn.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond die snel en correct het sleepspoor uitwerkt en een “model apport” uitvoert.

Art. 8.5
Slotbepalingen
• Indien daarvoor naar zijn mening redenen aanwezig zijn is een keurmeester bevoegd om, in een individueel geval of in het algemeen, de tijd te verlengen.
• De keurmeester is bevoegd om een proef te laten beëindigen wanneer er naar zijn oordeel geen uitzicht op is dat de proef voldoende wordt afgelegd.
• Bij beoordeling gaat men uit van 10 punten voor een volmaakte uitvoering van de proef. Meer dan 4 aftrekpunten betekent een onvoldoende.
• Alhoewel bij de beoordeling der proeven steeds is aangegeven dat voor een voldoende afwerking van de proef een aantal factoren niet correct hoeven te zijn, zullen factoren als deze, bij cumulatie van fouten, tot een onvoldoende kunnen leiden.
• De hierboven gegeven opsomming van beoordelingscriteria heeft niet de pretentie volledig te zijn. Wel is de AC van mening dat met deze nadere invulling een goede aanzet is gegeven voor een redelijke en uniforme beoordeling van de tijdens de door de AC georganiseerde certificaatdagen afgelegde proeven.
• Bij gelijk eindigen na het afleggen van alle Z proeven, geeft de snelste tijd bij proef Z4 de doorslag.

9. DISKWALIFIKATIE

Art. 9.1
Redenen voor diskwalificatie zijn:
• Agressief gedrag van de hond jegens zijn soortgenoten of mensen.
• Het bij herhaling loslaten van de hond, behoudens de momenten aangegeven door de leiding.
• Mishandelen van zijn/haar deelnemende hond(en) door de geleider/baas.
• Gebruik van prikkettingen.
• Het ernstig misdragen van een deelnemer tegenover organisatie, mede-deelnemers of publiek.

Art. 9.2
Een keurmester is verplicht om een deelnemer, die zich misdraagt ten opzichte van zijn hond of zich overigens ten aanzien van wie of wat dan ook niet gedraagt zoals een goed deelnemer betaamt, dan wel aanwijzingen negeert, bij de wedstrijdleiding te rapporteren. Door of namens de AC kan de deelnemer met zijn hond van verdere deelname worden uitgesloten

Art. 9.3
Na diskwalificatie is de deelnemer uitgesloten van verdere deelname aan het betreffende evenement en zal de deelnmer derhalve geen certificaat uitgereikt worden.

10. KLACHTEN EN GESCHILLEN

Art. 10.1
Tegen de beoordeling van een hond en/of geleider door een keurmeester is geen beklag mogelijk, tenzij blijkt dat afgeweken is van het in dit reglement gestelde.

Art. 10.2
Klachten betreffende de certificaatproeven moeten ter plaatse aan de wedstrijdleiding worden voorgelegd. De AC zal, indien de aard van de klacht zulks vereist, ter plaatse uitspraak doen hierover. De uitspraak is voor alle partijen bindend.

Art.10.3
Tegen uitspraken van de wedstrijdleiding alsmede t.a.v. klachten een AC-evenement betreffende en niet zodanig spoedeisend dat de wedstrijdleiding zich hierover ter plaatse heeft moeten uitspreken, kan schriftelijk binnen acht dagen na afloop van het AC-evenement per aangetekend schrijven aan het secretariaat van de AC een beklag worden ingediend.

Art. 10.4
Tegen een door de AC genomen beslissing kan door de partijen in beroep worden gegaan bij het NLV bestuur. Dit beroep moet worden ingediend binnen vier weken nadat de AC haar uitspraak aan de partijen heeft medegedeeld. Het NLV bestuur doet de beslissende uitspraak.

 

11.       SLOTBEPALINGEN 

Art. 11.1
Wijzigingen, dit reglement aangaande, zullen in de Labrador Post gepubliceerd worden. Bekrachtiging van de wijzigingen vindt in alle gevallen plaats op de Algemene Vergadering.
 

Art. 11.2
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, of bij verschil van mening omtrent toepassing hiervan, beslist de AC, eventueel in overleg met het bestuur van de NLV (hoofdbestuur).