DNA-onderzoek

Het is mogelijk om via DNA-onderzoek vast te stellen of uw hond het gen draagt, dat Retinadegeneratie (prcd-PRA), Retina Dysplasie in combinatie met de skeletafwijking Oculo Skeletale Dysplasie (RD/OSD), Exercise Induce Collapse (EIC), Myopathie (spieraandoening), Congenitale Nasale Parakeratosis (HNPK) (Korstenneus), Degeneratieve Myelopatie (DM), Sceletal Dysplasia (SD2) en Narcolepsie (Slaapziekte) veroorzaakt.

• Prcd-PRA: voor zover momenteel bekend de meest voorkomende vorm van de erfelijke oogziekte PRA  bij Labrador Retriever. Deze gezondheidsafwijking vererft autosomaal-recessief.
• RD: kleine of grote aangeboren netvliesloslatingen. Bij de Labrador kan RD voorkomen in combinatie met skeletafwijkingen (onder andere leidend tot dwerggroei (OSD).
• EIC: wordt steeds vaker gerapporteerd bij, vooral jonge, Labradors. Het wordt gekenmerkt door het steeds slapper worden van de hond tijdens hevige inspanning. Na ongeveer 10 minuten gaat de hond hyperventileren, moeilijker lopen en stort dan neer. 10 tot 20 minuten na het begin van de aanval herstelt de hond weer. Tijdens een aanval is de lichaamstemperatuur van de hond sterk verhoogd (>41.5 gr C).
• Myopathie: bij de Labrador komt een autosomaal-recessieve vorm van spierdystrofie voor. De honden die deze aandoening vertonen, hebben een wat stijve gang en bewegen hun achterpoten tegelijkertijd. Vaak heeft de hond ook een forse atrofie van de spieren op het ‘voorhoofd’. Er zijn ook honden die een verlamde slokdarm in dit ziektebeeld ontwikkelen, waardoor er braakklachten ontstaan.
• Congenitale Nasale Parakeratosis (HNPK). Deze erfelijke huidaandoening wordt regelmatig gezien en kenmerkt zich door extra hoornvorming op de neus. De huid van de neus, welke normaal glad en vochtig hoort te zijn, wordt droog, ruw en dik.
• Degeneratieve Myelopatie(DM). Degeneratieve Myelopatie (DM) bij honden is een frequent voorkomende ziekte, die op latere leeftijd ontstaat. De ziekte ontwikkelt zich meestal pas na het achtste levensjaar, en wordt gekenmerkt door verlies van aansturing van de achterhand. De voortschrijdende ziekte leidt uiteindelijk tot verlamming.
• Narcolepsie (slaapziekte). Een andere naam voor Narcolepsie is Slaapziekte. Honden die lijden aan narcolepsie slapen veel te veel, en vallen op de vreemdste momenten in slaap. De ziekte is ook herkenbaar aan de Rapid Eye Movements (REM) die tijdens de slaap optreden.
• Skeletal Dysplasia (SD2). De uiterlijke kenmerken van skelet dysplasie bestaan uit verkorte poten in combinatie met een normale lichaamslengte. In de meeste gevallen is de afwijking in botstructuur beter waar te nemen bij de voorpoten dan bij de achterpoten.

De DNA-onderzoeken voor, RD, EIC, Myopathie, HNPK, DM, Narcolepsie en SD2 zijn in het NLV-fokbeleid niet opgenomen als verplichting, maar u kunt ze vrijwillig laten uitvoeren.
Het DNA-onderzoek van prcd-PRA is sinds 12 mei 2012 verplicht. Van één van beide ouderdieren moet in ieder geval een uitslag van de bij OptiGen® verrichtte DNA-test bekend zijn.
Het DNA-onderzoek van RD is  verplicht als u wilt fokken met een hond die niet vrij is van RD.
Voor nadere informatie over deze verplichte DNA-testen zie Vereninigings Fokreglement

Jonge vorm
Naast de bovengenoemde vorm van  prcd-PRA komt er nog een andere vorm van “retinadegeneratie” (in de wandelgangen ‘PRA’ genoemd) bij Labrador Retrievers voor die, voor zover we nu weten, op zeer jeugdige leeftijd ontstaat. Deze vorm kan nog niet door middel van DNA-onderzoek worden opgespoord.
Oogspiegelen zegt niet alles

Wanneer u fokplannen heeft en weet dat hond volledig vrij is van prcd-PRA, mogelijk drager is van het gen dat prcd-PRA veroorzaakt of mogelijk lijder is aan deze vorm van PRA, kunt u nagaan of de partner die u mogelijk op het oog heeft een geschikte kandidaat is.
Immers, uw hond kan bij het oogspiegelen zelf als ‘vrij’ worden aangemerkt, terwijl zij toch drager kan zijn van prcd-PRA. Het oogonderzoek geeft alleen uitsluitsel over het feit of de hond op het moment van onderzoek volgens de oogspecialist al of niet lijdt aan een oogafwijking. Of de hond drager is van het gen dat prcd-PRA veroorzaakt  is door middel van het oogspiegelen niet vast te stellen.
Als uw hond vrij is bevonden bij het spiegelen (we noemen dit ‘klinisch vrij’), maar toch drager zou zijn van het gen dat prcd-PRA veroorzaakt, en dit ook het geval zou zijn bij de partner van uw keuze, zouden er uit deze combinatie lijders aan prcd-PRA geboren kunnen worden.

 

Betekenis uitslag
De uitslag die u naar aanleiding van het DNA-onderzoek naar de erfelijke oogziekte prcd-PRA   (ook wel genoemd Optigen-test) ontvangt, kan luiden:

    Prcd-PRA (OptiGen®) Normal/Clear (volledig vrij van prcd-PRA: deze hond heeft deze vorm van PRA niet en kan deze vorm ook niet vererven);
    Prcd-PRA (OptiGen®) Carrier (mogelijk een drager van prcd-PRA);
    Prcd-PRA (OptiGen®) Affected (mogelijk een lijder aan prcd-PRA).

Welke oudercombinaties u kunt toepassen ( dus welke reu uw teef eventueel zou kunnen dekken) wanneer u over een uitslag van een DNA-test prcd-PRA (OptiGen®) van uw hond beschikt, staat beschreven in de het NLV-fokbeleid..

 

Procedure ‘Clear by parentage’

De NLV zal van een hond waarvan bij beide ouderdieren de uitslag van de DNA-test voor prcd-PRA ‘normal/clear’ is, niet eisen dat van deze hond zelf een door OptiGen® verstrekt certificaat van deze DNA-test getoond kan worden, op voorwaarde dat:

  • beide ouderdieren door OptiGen® getest zijn op prcd-PRA en de uitslag van beide ouderdieren is:’normal/clear’
  • van beide ouderdieren een door OptiGen® verstrekt prcd-PRA-certificaat van deze DNA-test kan worden getoond
  • van beide ouderdieren en de betreffende nakomeling een DNA-profiel getoond kan worden
  • aangetoond kan worden dat de identiteit van de honden, ten tijde van het afnemen van het bloed, de swap of ander materiaal waaruit de DNA-test en het DNA-profiel zijn gedaan, gecontroleerd is door een dierenarts of door de Raad van Beheer
  • ouderschapscontrole heeft plaatsgevonden volgens het officiële geldende protocol van de Raad van Beheer 

Alleen directe nakomelingen van ouderdieren (dus geen tweede generatie: de kleinkinderen) komen voor deze procedure in aanmerking.
In de NLV-database zal de aantekening worden gemaakt:’normal/clear naar aanleiding
van de prcd-PRA uitslag ‘normal/clear’ van ouderdieren’ of ‘clear by parentage’.