Reglement Gedragscode Exterieur

Op 24 maart 2010 heeft de Algemene Vergadering het Reglement Gedragscode Exterieurkeurmeesters goedgekeurd.
Vanaf 1 mei 2010 zullen deze regels van kracht zijn.

REGLEMENT GEDRAGSCODE EXTERIEUR KEURMEESTERS

 

De leden van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland (Raad van Beheer):
gehoord het bestuur en leden van de Vereniging van Keurmeesters op Kynologisch Gebied in
Nederland en de door de Raad van Beheer benoemde exterieurkeurmeesters;

 

BESLUITEN
Vast te stellen het Reglement Gedragscode Exterieurkeurmeesters. Dit reglement luidt als volgt:

 

Algemeen

Artikel 1:
a. Onder een exterieurkeurmeester wordt verstaan de definitie zoals beschreven in I.4.k. KR
(“ieder die op een expositie een oordeel over het uiterlijk van (een deel van) de te keuren
honden moet uitspreken.”).

 

b. Dit reglement is van toepassing op alle door de Raad van Beheer benoemde
exterieurkeurmeesters.

 

c. De exterieurkeurmeester conformeert zich aan het Internationale Reglement voor
Exterieurkeurmeesters, vastgesteld door de Fédération Cynologique Internationale (FCI), de
Internationale Regels voor Shows, eveneens vastgesteld door de FCI, de KR regels
betreffende exterieurkeurmeesters en hun optreden vastgesteld door de Raad van Beheer.

 

d. De exterieurkeurmeester confirmeert zich aan de uitvoeringsregels voor de organisatie en
uitvoering van rasexamens evenals de beoordeling ervan door de examencommissie. Dit
reglement is vastgesteld door de Algemene Vergadering van de Raad van Beheer.

 

Artikel 2:
De exterieurkeurmeester zal bij zijn keuringen van rassen in binnen- en buitenland de Nederlandse kynologie naar beste kunnen in positieve zin uitdragen en vertegenwoordigen.

De rol van de exterieurkeurmeester binnen de Nederlandse kynologie.

 

Artikel 3:
a. Van de exterieurkeurmeester wordt verwacht dat hij een proactieve en waardevolle bijdrage
zal leveren aan de Nederlandse kynologie.

 

b. In dat licht bezien mag van de exterieurkeurmeester verwacht worden dat hij zoveel mogelijk gehoor geeft aan uitnodigingen c.q. oproepen tot het bijwonen van kynologische activiteiten zoals informatiebijeenkomsten, opleidings- en of (bij)scholingsdagen, het begeleiden en het afnemen van rasexamens etc.

 

c. Is de exterieurkeurmeester niet in de gelegenheid om aan dergelijke uitnodigingen c.q.
oproepen gehoor te geven dan zal de betreffende vereniging hiervan vooraf en tijdig in kennis
worden gesteld.

 

Gezondheid en gedrag.

Artikel 4
a. Voor het behoud en de verdere ontwikkeling van een ras zal de exterieurkeurmeester naast
de exterieur- en bewegingskwaliteiten, naar zijn beste kunnen, ook de gezondheids- en
welzijnsaspecten van het ras c.q. de hond laten meewegen en dit in het verslag van de hond
weergeven.

 

b. Agressiviteit en angstig gedrag zullen nooit getolereerd worden tijdens de keuring van een ras / hond en resulteren in het diskwalificeren van de betreffende hond(en).

 

Keuringen.

Artikel 5:
a. De exterieurkeurmeester beoordeelt en kwalificeert rashonden op basis van de door de F.C.I. vastgestelde rasstandaard van het betreffende ras of de door de Raad van Beheer
vastgestelde rasstandaard van een Nationaal erkend ras;

 

b. Hij is er zich van bewust dat een rashond met details die kunnen leiden tot gezondheids,
gedrag- en/of bewegingsproblemen c.q. deze tot gevolg hebben, nimmer de kwalificatie
Uitmuntend kan krijgen;

 

c. Hij is er zich verder van bewust dat een rashond met details die kunnen leiden tot
gezondheids, gedrag- en/of bewegingsproblemen c.q. deze tot gevolg hebben, nimmer een
plaatsing in de eindkeuring van een groep kan krijgen c.q. deze kan winnen.

 

Artikel 6:
De exterieurkeurmeester zal, voor zover in zijn vermogen ligt, de keuringen effectief en vlot
doen laten verlopen, waarbij zowel iedere hond alsook de exposant gelijkwaardig en met
respect zal worden gekeurd respectievelijk behandeld.

 

Artikel 7:
Het door de exterieurkeurmeester op te stellen verslag van de te keuren hond zal in een
positieve zin worden samengesteld, waarbij de uiteindelijke kwalificatie en plaatsing recht doet aan het opgestelde verslag.

 

Artikel 8:
Met betrekking tot het keuren gelden naast de al genoemde nationale en internationale regels voor exterieurkeurmeesters nog het volgende:

a. De exterieurkeurmeester mag geen dubbele keurafspraken maken. Daarbij dient wel in acht
genomen te worden dat het de plicht is van de organisatie van de show waar de
exterieurkeurmeester moet keuren, om hem zo spoedig mogelijk na de schriftelijke of
mondelinge overeenkomst een definitieve schriftelijke bevestiging mét vermelding van de te
keuren rassen stuurt. Zo lang de exterieurkeurmeester geen definitieve schriftelijke
bevestiging heeft ontvangen, staat het hem vrij om een andere keurafspraak te maken;

 

b. De exterieurkeurmeester mag het tentoonstellingsterrein pas verlaten als alle met hem
overeengekomen (keur)afspraken zijn nagekomen;
c. De exterieurkeurmeester dient in uitlatingen respectvol te zijn ten opzichte van zijn collega
keurmeesters en geen kritiek te uiten op de keuringen van zijn collega keurmeesters;

 

d. De exterieurkeurmeester mag niet “solliciteren” naar keurafspraken, waar dan ook en onder
welke omstandigheden dan ook;

 

e. De exterieurkeurmeester dient kritiek die geuit wordt op diens keuren op gepaste wijze te
respecteren. Kritiek die niet is gebaseerd op het leveren van een positief kritische visie, maar bedoeld om de exterieurkeurmeester als keurmeester in een kwaad daglicht te stellen of diens
reputatie te beschadigen, rapporteert hij – vergezeld met bewijsmateriaal en feiten - bij de
Raad van Beheer die deze kwestie zo nodig ter beoordeling aan het Tuchtcollege zal
voorleggen.

 

f. De exterieurkeurmeester houdt bij de aanname van keuringen van een en hetzelfde ras
rekening dat deze keuringen op gepaste wijze over een langere periode zijn verspreid, met
dien verstande dat tussen twee keuringen van een en hetzelfde ras in Nederland op een CAC
en/of CACIB tentoonstelling ten minste 6 maanden verstreken moeten zijn. Deze regel geldt
niet voor het aannemen van het keuren tijdens activiteiten van de rasverenigingen

 

g. De exterieurkeurmeester houdt er bij de aanname van eindkeuringen van rasgroepen op een
Nederlandse CAC en/of CACIB tentoonstelling rekening mee dat een en dezelfde rasgroep
niet binnen een periode van 6 maanden weer door hem of haar wordt gekeurd.

 

h. De exterieurkeurmeester verplicht zich mee te werken aan onderzoeken naar de gezondheid, welzijn en gedrag van rashonden zoals deze door het bestuur van de Raad van Beheer als zodanig worden vastgesteld. Daarbij behoort ook het naleven van de Rasspecifieke Instructies en het schriftelijk vastleggen van de bevindingen tijdens het keuren van rassen die in het boekwerk “Rasspecifieke Instructies” zijn opgenomen.

 

i. De exterieurkeurmeester verplicht zich mee te werken aan onderzoeken naar gezondheid,
welzijn en gedrag van rashonden zoals deze in het land waar hij keurt, zijn vastgesteld door
de overkoepelende kynologische organisatie.

 

Overtredingen

Artikel 9:
1. Overtredingen en klachten op basis van dit reglement “gedragscode exterieurkeurmeesters”
worden per individuele overtreding c.q. klacht door het bestuur van de Raad van Beheer
onderzocht en zo nodig ter behandeling en besluitvorming doorgezonden aan het Tuchtcollege.

 

2. Het bestuur van de Raad van Beheer kan op basis van het bepaalde in het Kynologisch
Reglement keurmeesters en/of officials voor een bepaalde periode schorsen indien de zaak
wordt doorgezonden aan het Tuchtcollege. De schorsing eindigt automatisch na de uitspraak
van het Tuchtcollege.

 

3. De procedure met betrekking tot de behandeling van overtredingen en klachten door het
Tuchtcollege is vastgelegd in het Kynologisch Reglement.

 

Rechtskracht

Artikel 10:
Dit reglement treedt in werking na publicatie en geldt vanaf dat moment voor alle door de Raad van Beheer benoemde exterieurkeurmeesters.


De Raad van Beheer deelde ons in april 2010 mee:

Zoals u wellicht weet zijn we al enige tijd bezig met een discussie binnen het brede kynologische veld wanneer het gaat om het fokken en keuren van rashonden in relatie tot hun gezondheid, gedrag en soundness.


 
Hoewel het de taak is van onze fokkers en exterieurkeurmeester om de karakteristieke eigenschappen van elk ras te behouden, mag dit nooit ten koste gaan van soundness of overdrijving. Ook behoort het – meer dan ooit – tot hun verantwoordelijkheid om te letten op uiterlijke kenmerken die het gevolg zijn van een aantal rasschadelijke (erfelijke) kenmerken of deze tot gevolg kunnen hebben.
In de Scandinavische landen heeft een discussie tussen een groot aantal kynologisch betrokken organisaties en personen onlangs geleid tot de presentatie van een inventarisatie van punten die met betrekking tot het fokken en beoordelen van rashonden speciale aandacht behoeven. Samen met rasverenigingen, dierenartsen en keurmeesters hebben deze landen een boekwerkje ontwikkeld waarin voor 47 van de ruim 300 verschillende rassen aandacht gevraagd wordt.


 
Met dank aan mevrouw Tuus van Adrichem Boogaert Kwint (bestuurslid VKK en keurmeester) is de Engelstalige versie in het Nederlands vertaald.
Het ligt in onze bedoeling om een gelijksoortig boekwerkje ook in Nederland voor onze exterieurkeurmeesters, rasverenigingen en de buitenlandse keurmeesters die hier komen keuren, uit te geven. Het moet voor deze doelgroepen een gratis uitgave worden.


 
De titel van het Nederlandse boekwerk zal zijn: ‘PICTURE PERFECT, zonder overdrijving”.

In dit boekje wordt voor ons ras de volgende tekst opgenomen:
Aanbevelingen aanpassing rasstandaard Labrador Retriever ivm fouten, die in dit ras voorkomen:
• Obesitas/overgewicht
• Manken en incorrect gangwerk
Speciale aandacht dient daarom te worden geschonken aan correct gangwerk.
Obesitas/overgewicht moet niet verward worden met massa.

 

Over de rassen in Rasgroep 8 in het algemeen vermeldt de Raad:
In deze groep betreft het jachthonden, uithoudingsvermogen en sound gangwerk zijn derhalve uitermate belangrijk. Het is belangrijk het verschil te kunnen waarnemen tussen massa en overgewicht.

 

Voorgestelde aanpassing van de rasstandaard voor de Labrador Retriever:
Toevoegen aan het onderdeel:
‘Lichaam’: er mag geen sprake zijn van overdrijving
‘Gang/beweging’: er moet goed naar het gangwerk gekeken worden.